Een pijl bestaat uit 4 elementen: de pijlpunt, schacht, vaantjes en de nok. Elk element heeft zijn bijdrage aan het gedrag van de pijl en de te schieten afstand. Hieronder wordt per onderdeel uitgelegd waarop te letten bij de verschillende onderdelen en wat voor een effect deze theoretisch kunnen hebben op de ‘vlucht’ van een geschoten pijl.

De pijlpunt

In Nederland is het toegestaan om met 1 type pijlpunt te schieten. Deze pijlpunt wordt ook wel de ‘Bullet’ genoemd. Dit houd niet meer in dan dat de punt van de pijl geen scherpe randen mag bevatten (zoals het geval is bij een mes). Elders in de wereld wordt het wel toegestaan om met andere pijlpunten te schieten. Denk hierbij aan de ‘Broadhead’. Deze wordt voornamelijk gebruikt tijdens het jagen.

De pijlpunt komt in heel veel verschillende maten en gewichten. Deze wordt door de verkoper bij het maken van pijlen zoveel mogelijk afgestemd op de gebruikte boog en het gewicht dat deze boog aan trekkracht heeft.

Waarom? De pijlpunt zorgt ervoor dat de pijl een correcte buiging ‘om’ de boog heen kan maken om het schutterscomplex te minimaliseren. Dit natuurlijk naast het niet versplinteren van de pijl bij het raken van een doel!

Hierbij een filmpje. Hoe zwaarder de pijlpunt hoe meer een schacht zal buigen.

De schacht

Hoewel je zou denken ‘het is toch maar een stukje hout’ heeft de schacht een hele belangrijke functie. Zoals op de vorige pagina al aangekaart, is de schacht uiteindelijk het deel van de pijl wat bepaald in hoeverre iemand ‘last’ zal hebben van het schutterscomplex. Hoewel dit bij moderne bogen misschien minder van toepassing is, is het nog steeds erg belangrijk dat de pijl over de te schieten afstand kan stabiliseren.

De schacht komt, net als de pijlpunt, in verschillende maten. De dikte, lengte en het gebruikte materiaal zorgen ervoor dat de schacht een bepaalde stijfheid heeft. Deze stijfheid, in combinatie met de pijlpunt, is wat bepaald hoe de pijl de boog verlaat, wanneer deze kromt en hoever deze kromt.

Een schacht moet dus altijd afgestemd zijn op het gewicht van de pijlpunt en kracht van de boog. Let er wel op dat je treklengte invloed heeft op het pondage van de latten als deze afwijkt van de ‘standaard’ van 28inch.

Er zijn vele soorten schachten, waarbij bovenstaande altijd van toepassing is. Zo zal een beginnend schutter bijna altijd beginnen met een schacht op basis van aluminium. Deze schachten zijn goedkoop en kunnen een flinke stoot hebben. Hiernaast zijn deze ook erg makkelijk te repareren zonder al te veel gevaar. Bijkomende voordeel is dat de schachten in vele kleuren te bestellen zijn.

Een traditionele houtschutter zal geneigd zijn om zoveel mogelijk van zijn uitrusting van hout (of leer) te maken. Waaronder dus ook de schacht van de pijl. Dit is voor veel mensen ook de definitie van een houtschutter; ‘een persoon welke met pijlen schiet waarvan de schacht gemaakt is van hout’.

Verder zijn er ook nog de volgende materialen waar schachten van gemaakt worden:

– Flasvezel
– Bamboo
– combinaties van alle eerder genoemde materialen

Deze zijn echter minder populair.

Carbon schachten

Verder is er nog 1 schacht type welke door vele schutters gebruikt wordt, dit is de schacht gemaakt van carbon. Het voordeel van dit materiaal is dat deze erg licht is en heel goed aan te passen is op de wensen en benodigdheden van een schutter. Door deze eigenschappen komt een pijl over het algemeen verder dan een aluminium pijl. Door de sterkte van het materiaal kan de oppervlakte van de schacht ook worden gereduceerd waarmee de pijl minder vatbaar is voor externe factoren zoals wind en regen.

De kleur van een carbon schacht is bijna altijd antraciet / zwart. Het kleuren van carbon is wel mogelijk maar is over het algemeen redelijk aan de prijzige kant.

Een groot nadeel is echter de aanpasbaarheid, het werken met carbon is niet geheel zonder gevaar door carbon splinters. Neem hiervoor altijd de nodige voorzorgsmaatregelen. Mocht je vermoeden hebben een splinter te hebben opgelopen, ga dan zo snel mogelijk naar een huisartsenpost om deze te laten verwijderen. (deze zal naar waarschijnlijkheid worden uitgesneden, een pincet is te groot om deze splinters te verwijderen)

De veertjes

Veel mensen noemen de veertjes ook wel de ‘vanes’, dit is de term die wordt gebruikt in de Engelse taal. Er zijn een hoop verschillende veertjes op de markt.

Zo zijn er de ‘traditionele‘ veren, welke een structuur hebben alsof ze uit de natuur komen. Deze zijn voornamelijk (maar niet uitsluitend) gemaakt van een andere materiaal dan dat deze geplukt zijn van een vogelsoort. Ze worden het meest gebruikt op houten pijlen.

De meest gebruikte vanes zijn die van plastic. Ook deze komen er in vele verschillende soorten en maten. Het licht draaien van een veertje heet offset. Hieronder de verschillen en de namen. Waarbij ‘straight’ het meest makkelijk en voorkomend is bij beginnende en gevorderde schutters.

Deze veren worden gebruikt op alle type pijlen, maar deze zal je voornamelijk tegenkomen op pijlen gebruikt in combinatie met een compound of recurve boog.

Het volgende veertje is uitsluitend te gebruiken met een compound boog in combinatie met een ‘dropdown’ oplegger. Genaamd de FAB. Deze worden in Nederland nog weinig gebruikt. Het voordeel van deze veertjes zou zijn dat deze in het moment makkelijk te vervangen zijn, je hoeft ze niet te plakken, je klemt ze tussen de nok en schacht.

Dan hebben we nog de ‘spinvanes‘. Dit zijn veertjes welke fabriek af zijn gekromd. Het nadeel van deze veertjes is het materiaal waarvan ze gemaakt zijn en de manier waarop je ze moet plakken. Het is broos materiaal en kan vaak niet goed tegen een stootje waardoor je deze vaak aan het repareren ben als je ‘groepjes’ schiet. Het voordeel zou zijn dat deze veertjes de pijl sneller om zijn as laten draaien en op grotere afstanden een stabieler resultaat moeten hebben.

De nok

Misschien wel het meest essentiële deel van een hele pijl, de nok. Het middel waarmee je een goed contact krijgt tussen de pijl en de pees waarmee deze wordt afgeschoten. Zonder de nok zou de pees snel van de pijl afglijden vaak gepaard met nare gevolgen.

De nok heeft in alle gevallen hetzelfde doel, zorgen dat de pijl op de pees blijft zitten. Het is dus volkomen normaal dat deze ‘klikt’ op moment dat je hem over de pees heen schuift.

Er zijn 4 gangbare type nokken, de meest traditionele manier bij houten pijlen is de ‘nok groove’. Deze zal niet snel klikken en is niet meer dan een kleine uitsparing in de schacht waartussen de pees zit. volgens hebben we de meer moderne nokken. Zoals het plaatje hieronder weergeeft.

Bij style A wordt er gebruik gemaakt van dezelfde nok als die bij style C. Het grote verschil is dat bij style A een tussenstuk zit welke vastgeplakt kan worden. Hiermee kan je de nok zelf tijdens trainingen of wedstrijden makkelijk vervangen mocht deze defect raken. Wanneer deze af zou breken in het tussenstuk, is het ook makkelijker deze uit te boren zonder de schacht te beschadigen.

Bij style B wordt er gebruik gemaakt van een punt waarop de nok geplakt kan worden. Deze is ideaal voor een beginnend schutter daar deze amper kapot gaat. Wanneer de nok loslaat van de punt is deze makkelijk opnieuw te plakken, boren in het tussenstuk of in de schacht is niet nodig.

Bij style C wordt de nok direct in de schacht gestoken. De meeste schutters plakken deze nok niet vast in de schacht zodat de nok makkelijk te vervangen is bij defecten tijdens training en / of wedstrijd. Wanneer de nok afbreekt zal deze wel in de schacht blijven zitten waardoor het lastiger wordt deze snel te repareren, neem hierom dus altijd extra pijlen mee!

Dan is er nog een laatste notitie. De dikte van de te gebruiken nok hangt compleet af van de pees die je gebruikt. Bij een compound boog is de pees over het algemeen een stuk dikker dan bij een recurve boog. Pas de nok dus altijd aan op de pees zodat deze niet te strak maar ook niet te los zit bij het opzetten van de pijl.

LET OP!!! Het wordt afgeraden om pijlen van een andere schutter te lenen in kader van de veiligheid van een ieder.